Nergens worden meer meisjes als slaaf verkocht dan in India. In smeltende Himalaya-gletsjers, cyclonen en oprukkende kustlijnen vinden mensenhandelaars nieuwe bondgenoten.

Jan De Deken

Tekst, foto's, video: Jan De Deken
Videomontage: Lotte De Troyer
20 februari 2020

‘Het ergste was wanneer de kinderen me afranselden. Ze konden het goed met me vinden, maar ze móésten me slaan van hun moeder.’ Een slaaf is geen speelkameraadje, leeftijdsgenoot of niet.

Fiya – niet haar echte naam – was elf wanneer een gezin in Calcutta haar kocht. Haar dagtaak begon om vier uur ‘s ochtends. Kleren wassen, water halen, vloeren dweilen, afwassen, eten opdienen, kamers schoonmaken; wanneer ze ’s avonds afgemat in bed kroop, lag het gezin al uren te slapen.

Behoedzaam strijken haar vingers langs de groen-zwarte sari die haar wangen bedekt. Ze kijkt naar haar grootmoeder, die buiten de houten hut rijst kookt op een vuurtje van takken. Fiya’s ogen staan dof voor die van een twaalfjarige. ‘Ik stopte met eten. Ik huilde onophoudelijk. Ik smeekte om weer naar huis te mogen gaan. Maar grootmoeder wilde me niet terugnemen.’

Fiya (links) en haar groetmoeder Rabiya (rechts)

Fiya (links) en haar groetmoeder Rabiya (rechts)

Ik kón haar niet terugnemen’, zegt de zeventigjarige Rabiya. ‘Ze huilde om eten, om kleren. Maar we hadden niets, we leden honger.’

Een lokale ngo redde Fiya uit handen van het gezin. Nu is ze terug bij haar grootmoeder in Khari Machan. Zoals in de meeste dorpen van de Sundarbans, een mangrovegebied van 100.000 vierkante kilometer op de grens van India en Bangladesh, begonnen in Khari Machan de problemen met Aila, de ongemeen hevige cycloon die in 2009 over de Golf van Bengalen raasde. Aila nam minstens 339 levens en liet een miljoen mensen dakloos achter. ‘Voor Aila waren we zelfredzaam. Maar sindsdien zitten we helemaal aan de grond’, zegt Rabiya.

Haast geen van de 4,5 miljoen inwoners van de Sundarbans weet wat klimaatverandering is. Dat niets nog is zoals vroeger weten ze wel. Hele dorpen en eilanden verdwijnen. De Sundarbans heeft een van de snelst eroderende kustlijnen ter wereld, de zeespiegel stijgt er drie centimeter per jaar. Er zijn steeds meer cyclonen met hoge intensiteit, rivieren overstromen. Het landinwaarts oprukkende zeewater reduceert landbouwgronden tot verzilt braakland.

Rabiya’s dochter zag geen andere keuze dan te vertrekken, op zoek naar een inkomen. Met Fiya had ze een dochter te voeden. Ze huwde een man uit het dorp en volgde hem naar de stad. ‘De eerste zes maanden hadden we dagelijks contact. Dan hoorde ik niets meer van haar’, zegt Rabiya. De man keerde terug, haar dochter niet. ‘Hij deed alsof hij van niets wist.’ Ze is ervan overtuigd dat hij haar dochter als slavin heeft verkocht. ‘Ik ging naar de politie, naar de dorpsoudsten. Maar niemand hielp.’

India klimaatslaven 1

Een verkochte dochter is in India geen nieuws. De Thomson Reuters Foundation bombardeerde India in 2018 tot het gevaarlijkste land ter wereld voor vrouwen, op de hielen gezeten door Syrië en Afghanistan. Nergens lopen vrouwen meer risico om tegen hun wil in een huwelijk, huisslavernij of prostitutie gedwongen te worden. Nergens hebben ze meer kans om slachtoffer te worden van mensenhandel of seksueel geweld.

Dat is niet de schuld van het klimaat. Toch niet in de eerste plaats. Thomson Reuters wijst onder andere naar culturele tradities: kindhuwelijken, vrouwenbesnijdenis, gedwongen huwelijken, huiselijk geweld, infanticide op ongewenste dochters; in de patriarchale Indiase samenleving zijn mannen meer waard dan vrouwen. Pasgeboren meisjes doden omdat ouders jongens verkiezen is een wijdverspreide praktijk, die in sommige deelstaten tot een groot tekort aan huwbare vrouwen leidt.

‘Mensenhandelaars benaderen meisjes en hun gezinnen in extreem kwetsbare regio’s zoals de Sundarbans, en beloven hen een rijke echtgenoot in Kasjmir’, zegt klimaatjournalist Jayanta Basu. ‘Trouwen is in de West-Bengalese en Indiase cultuur van levensbelang. Normaal moet de familie van het meisje een bruidschat betalen, maar dat kunnen veel gezinnen in de Sundarbans niet meer. De mensenhandelaars vragen geen bruidschat, ze geven zelfs geld. Mensen vallen voor dat Kasjmir-verhaal; ze zijn wanhopig, en vergeet niet dat in sommige dorpen nog geen tien procent school gelopen heeft.’

Hele dorpen en eilanden verdwijnen. De Sundarbans heeft een van de snelst eroderende kustlijnen ter wereld, de zeespiegel stijgt er drie centimeter per jaar.

Volgens Basu lijdt het geen twijfel dat klimaatverandering mensenhandelaars de afgelopen tien jaar een stevige duw in de rug heeft gegeven. ‘Voor Aila vertrokken alleen de mannen, op zoek naar werk. Jonge, ongehuwde vrouwen bleven hier. Nu vind je in de Sundarbans geen familie meer waarvan niemand vertrokken is. Velen daarvan zijn in de slavernij beland.’ Ze worden verkocht als bruid, of komen als seksslaven in bordeels in grootsteden als Calcutta, New Delhi en Mumbai, in de Golfstaten en in Oost-Afrikaanse steden zoals Nairobi terecht. 

Paromita Lashkor (19) leefde de afgelopen twee jaar opgesloten in een bordeel in Sonagatchi, de grootste prostitutiewijk van Calcutta en een van de grootste van Azië. Op haar zeventiende ontsnapte ze van haar gewelddadige vader. Ze ging als garnaalvisser werken. Maar ook vissers hebben het in de Sundarbans steeds moeilijker. Door de cyclonen is het rivierwater verzilt, de visbestanden decimeerden. Vissers trekken daarom steeds dieper de leefgebieden van de Bengaalse tijger in om krabben te vangen. Tijgers zien op hun beurt hun jachtgebieden slinken, en wagen zich steeds dichter bij de dorpen. In zo’n werkomstandigheden zie je het roofdier in de loverboy waarop je verliefd wordt minder snel.

Lashkor volgde hem naar Calcutta. Hij sloot haar op, drogeerde haar, smeedde haar tot prostituee. Dat de politie haar na twee jaar oppakte voor drugsmisbruik, bleek haar redding. In een opvangtehuis in de Sundarbans wordt ze nu gebrainwasht: alles vergeten, doen alsof het nooit gebeurd is. ‘Alles staalhard ontkennen is haar enige kans om ooit nog een man te vinden’, verklaart directeur Vimchandra Das de onorthodoxe therapie van het opvangtehuis.

Seksslaaf van bij de geboorte

‘De meeste meisjes zijn tussen negen en twaalf wanneer ze Sonagatchi binnenkomen’, zegt vrouwenrechtenactiviste Ruchira Gupta. ‘Ze worden verkracht, vernederd, krijgen voortdurend te horen dat ze nergens meer welkom zijn. Slavendrijvers hebben geen ketenen nodig, ze controleren hun geesten. De meisjes vergeten hoe te vluchten, ze worden vogels met geknipte vleugels.’ Met haar ngo Apne Aap probeert Gupta vrouwen uit de gedwongen prostitutie te redden. Dat is een huzarenwerk, en ze dweilt met de kraan open. ‘In kraamklinieken in Bihar worden ongewenste pasgeboren meisjes verkocht aan mensenhandelaars. Zij groeien op in het bordeel en worden vanaf hun negende ingezet als prostituee.’ Apne Aap stootte vier jaar geleden op de praktijk. ‘We werken met vrouwen van twintig die zo in Sonagatchi beland zijn. Al die tijd kon dit ongemerkt gebeuren’, zegt Gupta.

Prostituee in Sonagatchi, Calcutta, India © Jan De Deken

Prostituee in Sonagatchi

Ze wijst ook de politie met de vinger. ‘Ik redde eens 26 meisjes in een bordeel in Mumbai. Wanneer ik aankwam in het politiekantoor waren ze allemaal weer verdwenen. Veel agenten zijn zelf nauw bij de mensenhandel betrokken, als bordeeleigenaar, als beschermheer of als klant.’ Eenmaal een meisje Sonagatchi binnenkomt, geraakt ze zelden nog weg. ‘Ze krijgen kinderen. Ook hun dochters zijn veroordeeld tot seksslavernij, hun zonen voorbestemd om pooiers te worden.’ Apne Aap probeert die hardnekkige cyclus van intergenerationele prostitutie te doorbreken door de kinderen van prostituees uit de buurt weg te halen en naar internaten te sturen.

Als de hel toegangspoorten heeft, moet Sonagatchi er een van zijn. Vrouwen kosten er minder dan een euro, ze worden door klanten vermoord voor wat schamele juwelen. Personeelsleden van Apne Aap kregen al messteken in het lijf. 

‘Ik wil hier niet zijn. Maar ik zie geen andere keuze’, zegt Suparna Roy. ‘Ik ben hier voor mijn kinderen.’ Negen maanden zwanger, zit ze op het bed waarop ze straks nog vijf, misschien wel tien klanten zal ontvangen.Ketenen draagt ze niet. Maar de bordeeluitbaatster luistert mee, en komt tussen wanneer mijn vragen of haar antwoorden haar niet bevallen. 

Roy was zes of zeven jaar wanneer een overstroming voor het eerst haar huis wegspoelde in de Sundarbans. Ze verhuisde. Later nog eens, en nog eens. Er was nergens werk, Calcutta leek haar laatste kans.

‘Heel veel meisjes in Sonagatchi komen van de Sundarbans’, zegt Gupta. ‘Van Bangladesh, dat met dezelfde problemen kampt. Van Nepal en Bihar, waar de rivieren overstromen omdat de Himalaya-gletsjers smelten. Overstromingen maken miljoenen vrouwen dakloos en werkloos. Mensenhandelaars storten zich als roofdieren op die klimaatvluchtelingen.’

Ook buiten Zuid-Azië wordt de impact van klimaatverandering op de veiligheid van vrouwen steeds zichtbaarder. In een vorige week gepubliceerd rapport zegt de International Union for Conservation of Nature (IUCN) dat klimaatopwarming wereldwijd crisissituaties veroorzaakt die meisjes en vrouwen kwetsbaarder maakt voor seksueel geweld. Ze moeten verder lopen om water of hout te halen, of seksuele gunsten verlenen om land over te steken of aan voedsel te komen. 

Als de hel toegangspoorten heeft, moet Sonagatchi er een van zijn. 

De economie bloedt mee. In een studie waarin de Universiteit van Stanford aantoont hoe klimaatopwarming de kloof tussen arme en rijke landen vergroot, berekenden de onderzoekers dat de Indiase economie al 31 procent moest inboeten door klimaatimpact. De VN schat dat klimaatgerelateerde rampen India in de afgelopen negentien jaar 80 miljard dollar hebben gekost. De Wereldbank, dat India een van ’s werelds zwaarst getroffen landen noemt, ziet de levensstandaard van de helft van de Indiase bevolking tegen 2050 dalen door klimaatverandering. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) zal klimaatopwarming tegen 2030 wereldwijd een productiviteitsverlies gelijk aan 80 miljoen jobs veroorzaken; maar liefst 34 miljoen van die jobs in India.

Desalniettemin was klimaatopwarming bij de Indiase parlementsverkiezingen van mei 2019 geen thema. Zittend premier Narendra Modi wist waarmee je kiezers lokt. Een hindoenationalistisch discours smaakt zoeter dan ingewikkelde klimaatverhalen, ook al leed 43 procent van India op verkiezingsdag onder droogte omdat de moessonregens dat jaar niet kwamen. Indiase klimaatspecialisten kijken jaloers naar China, de grote buur die de afgelopen jaren wel structurele plannen uitrolde om hernieuwbare energie op te wekken en in uitlaatgassen verstikkende miljoenensteden weer leefbaar te maken.

Klimaatverandering in India: een school wordt opgeslokt door de stijgende zeespiegel in de Sundarbans

Een school wordt opgeslokt door de stijgende zeespiegel in de Sundarbans. Twee jaar eerder zaten er nog kinderen in de klas.

‘Ik bezocht de Sundarbans de dag na Aila, en zag de totale destructie’, zegt klimaatjournalist Jayanta Basu. ‘Een half jaar later coverde ik de klimaattop in Kopenhagen. De aanwezige Indiase ministers praatten er over klimaatverandering als over iets exotisch. Ze hadden geen flauw benul dat het in hun eigen land aan het gebeuren was.’

Met lichte irritatie tikt Basu zijn pen op het bureaublad, in zijn redactiekantoor in hartje Calcutta. ‘Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zal Calcutta tegen 2070 de meest kwetsbare stad van Azië zijn’, zegt hij.

Ooit was het een burcht met natuurlijke wallen, omgeven door draslanden, de mangrovebossen van de Sundarbans en de heilige Ganges, die hier uitmondt in de Golf van Bengalen. Maar de mangrovebossen werden weggekapt, de draslanden opgevuld. Het laagland dat vroeger overstromingen opving, heet nu New Calcutta en staat vol wolkenkrabbers. Tegen 2070 dreigt de metropool met 14 miljoen inwoners weggespoeld te worden door de oprukkende zee.  

‘Ik bezocht onlangs de gaskamers in Duitsland. Eén persoon slaagde erin om miljoenen mensen te vergassen. Nu, zeventig jaar later, zijn zovele politici wereldwijd samen nieuwe gaskamers aan het bouwen.’ Harde woorden, weet Basu. Maar hij weet ook dat volgens de huidige voorspellingen veertig procent van de Indiërs in 2030 geen toegang tot drinkwater meer zal hebben. Eenentwintig steden, waaronder New Delhi, hebben nu al bijna geen grondwater meer. Nietsdoen wordt in die context een wel erg dodelijk verzuim.

Postelectoraal drong dat besef ook bij de nieuwe regering-Modi door. Modi beloofde tegen 2022 alle plastic voor eenmalig gebruik te bannen, en voluit de hernieuwbare-energiekaart te trekken om India van diens steenkoolverslaving af te helpen. Met het verkiezingscircus achter de rug werd 2019 zo alsnog het jaar van de perfecte storm. Modi wilde af van India’s afhankelijkheid van de import van fossiele brandstoffen. De duurzame alternatieven waren nooit goedkoper, zonnepanelen in zonrijke deelstaten zoals Rajasthan produceerden energie voor een fractie van de olieprijs. Ook de tol van aan klimaatverandering gerelateerde natuurrampen was te hoog om te negeren. 61 doden in Karnataka, 121 in Kerala, 130 in Bihar, allen door overstromingen. In datzelfde Bihar bezweken in mei en juni ook nog 184 mensen onder een van de heetste en langste hittegolven in ’s lands geschiedenis. 

Boerenzelfmoorden

Maharashtra

In Maharashtra wurgde aanhoudende droogte miljoenen boeren nog harder dan de jaren voordien, wanneer de rijke landbouwstaat al nieuwskoppen haalde met de zogenaamde ‘boerenzelfmoorden’. Meer dan 4700 boeren stapten in de afgelopen vijf jaar uit het leven. Wanhopig door de steeds langer aanhoudende droogtes en de hagelknikkers die de afgelopen zomers onverwachts uit de hemel stortten, drinken ze pesticides of hangen ze zich op. In de zomer van 2019 zag 72 procent van Maharashtra door droogte de oogsten mislukken. Ook de steden lijden. In de miljoenenstad Pune wordt elke andere dag het water afgesloten. Dat de suikerrietboeren ondertussen wel nog water krijgen, leidt er tot steeds meer frustratie.

Veel minder zichtbaar is hoezeer de landbouwcrisis de positie van vrouwen heeft aangetast, zegt vrouwenrechtenadvocate Chetna Vikas Kendra. Vanuit Pune strijdt ze tegen seksueel geweld en kindhuwelijken. ‘Suikerrietboeren waren in de afgelopen decennia heel rijk geworden. Door de droogte van de afgelopen jaren is hun financiële status aangetast. Daardoor willen veel boeren dat hun dochters zo jong mogelijk huwen, voor ze nog dieper in het moeras zinken en geen waardige echtgenoot meer vinden.’ Al in 1929 kwam er in India een verbod op kindhuwelijken, maar de praktijk blijkt hardnekkig uit te roeien.

Voor de miljoenen seizoensarbeiders die van de oogst afhankelijk zijn, is de impact nog groter. ‘We werken nu acht maanden om te verdienen wat we vroeger op drie maanden bijeenkregen’, zegt Babita Jadhaw terwijl ze een bundel suikerriet vastsnoert onder een loden zon. ‘Vroeger keerden we na het plukseizoen terug naar huis om onze eigen gewassen te telen. Maar er valt geen water meer, ons land blijft kurkdroog.’

Suikerrietplukster Babita Jadhaw

Dan scheelt het wanneer je een mond minder te voeden hebt. ‘Ik was veertien toen ik trouwde. Mijn ouders huwden me uit omwille van hun slechte financiële situatie. We hadden niets’, zegt Jadhaw. Nu is ze twintig en heeft ze zelf twee kinderen, kleuters nog. Haar dochter liet ze achter bij familie, haar zoon bracht ze mee. Maandenlang slapen ze in een geïmproviseerde tent van stokken en zeil.

De suikerrietoogst is hondenwerk: het metershoge riet hakken, in bundels bijeenrapen zonder je handen aan de scherpe bladeren te snijden, de truck op laden. Tien uur per dag, maandenlang. Kinderen zijn daarbij een last. Ook Ranjana Bopashin, 50 en samen met Jadhaw aan de slag, huwelijkte haar dochter uit wanneer die veertien was. Of ze dan niet naar school moest? ‘School? Ik had drie dochters en we hadden niet eens genoeg om onze magen te vullen.’

Ranjana Bopashin: ‘School? Ik had drie dochters en we hadden niet eens genoeg om onze magen te vullen.’

De suikerrietarbeiders en hun kinderen slapen maandenlang in geïmproviseerde tenten van stokken en zeil. 

Dagelijks transport van het tentenkamp naar het suikerrietveld.

Lokaal ambtenaar Santosh Garud ziet steeds meer gastarbeiders toestromen, terwijl de oogsten sterk geslonken zijn. ‘Door dat overaanbod aan arbeiders zien ze zich gedwongen om voor steeds lagere lonen te werken. Ze willen tien rupees (13 eurocent) voor een lading suikerriet, maar vijf rupees is beter dan niets.’ 

‘Ik heb je gekocht’

Niets, dat is wat acht miljoen slaven in India krijgen. Volgens de Global Slavery Index van de Walk Free Foundation leven zes van elke duizend Indiërs in moderne slavernij. Het was nooit in de vierendertigjarige Mamta opgekomen dat zij één van hen zou worden. Ze kwam uit een boerenfamilie in Mahdya Pradesh, al generaties lang leefden ze van de landbouw. Maar ook op Mamta’s grond vernielden extreme weersomstandigheden de oogsten. Ze verhuisde, samen met haar man en kinderen, op zoek naar werk. Haar man greep de klusjes die hij als dagarbeider kon krijgen, Mamta ging koken bij mensen thuis.

Mamta werd zes maanden lang vastgehouden als seksslavin.

Mamta werd zes maanden lang vastgehouden als seksslavin.

‘Ik werd opgebeld door een nieuwe klant, hij vroeg of ik meteen kon komen. Eenmaal binnen sloot hij de deur en sloeg me’, zegt Mamta. Ze werd maandenlang door meerdere mannen verkracht. ‘Ik smeekte om naar huis te mogen gaan, en vroeg waarom ze dat met me deden. Hij zei: “ik heb je gekocht voor 200.000 rupees (2554 euro, red).”’

Na een half jaar wisten vrouwenrechten-ngo Jan Sahas en de politie Mamta te bevrijden. Maar haar leven was vernield. Haar ouders en echtgenoot verstootten haar, haar kinderen zag ze nooit meer terug. ‘Dit alles was nooit gebeurd als ik thuis niet vertrokken was’, zegt Mamta. In een vreemd dorp waar ze niemand kende, was ze een vogel voor de kat.

Niemand weet hoeveel Mamta’s er zijn, zegt Harjeet Singh, klimaatspecialist bij de ngo ActionAid. ‘En dat is een enorm probleem. Steeds meer Indiërs migreren noodgedwongen, maar niemand documenteert die migratie. Mensen kunnen zo heel makkelijk van de radar verdwijnen.’

Met niets meer te verliezen, reist Mamta nu samen met andere slachtoffers van seksueel geweld met de bus door India, om uit de anonimiteit te treden. Met deze twee maanden durende Mars voor Waardigheid wil Jan Sahas het taboe doorbreken. Elke dag kruipen Mamta en de andere vrouwen ergens op een podium, grijpen ze de microfoon en zeggen ze: ‘Het is niet mijn schuld, wat mij overkomen is.’

‘Iedereen herkent Mamta’s verhaal, het is dat van ontelbare Indische vrouwen. Maar het blijft een groot taboe’, zegt Jan Sahas-medewerkster Ankita Shah. ‘De waardigheid van de hele familie ligt in de vagina van een meisje. Wordt zij misbruikt, dan is de familie-eer bezoedeld. Ze wordt een tweede keer geslachtofferd: haar onderwijs wordt stopgezet, ze isoleren of verstoten haar, of ze proberen haar zo snel mogelijk uit te huwelijken.’

Lalita (25) werd aan een gezin verkocht als bruid.

Ook India kende de #MeToo-beweging. ‘Maar die was er alleen voor vrouwen van de geprivilegieerde klasse. Met deze mars geven we de plattelandsbevolking een forum’, zegt Shah. Sommige van de vrouwen zijn voor deze reis nooit eerder uit hun dorp geweest. Hebben nooit eerder op een bus gezeten. Maar ze zijn ondertussen met meer dan 5000, de ‘overlevers’, ze weigeren zichzelf slachtoffers te noemen, en ze zijn vastberaden om het land met 1,34 miljard inwoners en acht miljoen slaven ingrijpend te veranderen. ‘Zes maanden lang hielden ze me opgesloten. Zes maanden lang kon ik ’s avonds de sterren niet aan de hemel zien komen’, zegt de vijfentwintigjarige Lalita, weggelokt door een vrouw die goedbetaald werk beloofde, verkocht aan een familie als bruid voor de jongste zoon. ‘Ik ben hier opdat geen vrouw zoiets nog moet meemaken.’

Dit journalistiek onderzoek kwam tot stand met de steun van Free Press Unlimited/Postcode Loterij Fonds voor Journalisten, het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek en het Vlaams Journalistiek Fonds. Het verscheen in aangepaste vorm in Knack, en als tv-documentaire bij Vranckx & de Nomaden op Canvas.

Word lid

Kwaliteitsvolle journalistiek is meer dan ooit broodnodig, maar kost ook veel geld. Lid worden kan op onze Patreon-pagina vanaf 1 euro per maand en duurt minder dan een minuut. Maak mee het verschil.

Word lid