Etnobotanist Mark Plotkin (69) onderzoekt al decennialang de medicinale kennis van inheemse sjamanen in de wouden van Latijns-Amerika. Van stressgerelateerde ziekten tot klimaatverandering, ‘zij hebben antwoorden op de belangrijkste problemen van de eenentwintigste eeuw.’

Jan De Deken

Tekst Jan De Deken
Foto's: Amazon Conservation Team
25 september 2019

We steken ons eigen huis in brand. Maar niet vooraleer we de waterleiding afgesloten hebben en de straat barricadeerden. Dat lijkt de conclusie na twee uur op een zonnig terras in de tuin van de Gentse Bijloke met Mark Plotkin.

Mark Plotkin in het Amazonewoud

‘Natuurbescherming is een visionair idee geworden. De evolutie van de mens werd grotendeels gedreven door de vragen ‘wat eet ik?’ en ‘waar slaap ik?’ Maar recenter zijn we geëvolueerd tot een consumptiesoort’, zegt Plotkin. ‘Niet alles verbruiken wat voor je neus ligt, soorten niet tot uitsterven drijven, niet alle bomen neerkappen; het zal een grote mindshift vragen.

We moeten back to the future, terug naar de toekomst. Dat betekent natuurlijk niet dat we de verwarming moeten uitzetten. Wel dat we de connectie met onze leefomgeving weer moeten aangaan. Niet omwille van de bloemetjes, maar omdat een beter beheer van water, land en vegetatie in ons eigenbelang is.’

‘Nog sneller dan het Amazonewoud wordt neergekapt, zijn we de inheemse culturen aan het vernietigen. Dat is vreselijk dom. Telkens een sjamaan sterft, is het alsof een bibliotheek verloren gaat.’

Mark Plotkin, die als etnobotanist de relatie tussen mensen en planten bestudeert, wordt gezien als een van de meest gerenommeerde kenners van de ecosystemen in het Amazonewoud. Samen met lokale sjamanen inventariseerde hij er dertig jaar lang de fauna en flora. Of toch een fractie daarvan, op een plek die met honderdduizenden plantensoorten en zo’n honderd miljoen insecten de grootste biodiversiteit ter wereld herbergt. Niemand kent die ecosystemen en de fragiliteit ervan beter dan de mensen die erin wonen, betoogde Plotkin gisteren nog tijdens een lunchdebat aan de KU Leuven. Dankzij hun holistische visie en kennis dragen inheemse volkeren oplossingen aan voor onze grootste uitdagingen, zoals de klimaatverandering. Die kennis, waarschuwde Plotkin zijn collega-wetenschappers, is razendsnel aan het verdwijnen. ‘Nog sneller dan het Amazonewoud wordt neergekapt, zijn we de inheemse culturen aan het vernietigen. Dat is vreselijk dom. Telkens een sjamaan sterft, is het alsof een bibliotheek verloren gaat.’

Onze wereldleiders weten best dat er een probleem is, zegt Plotkin. Ontbossing is de tweede grootste veroorzaker van klimaatopwarming. Wie de krant openslaat, wordt elke dag met de gevolgen ervan geconfronteerd. ‘Helaas haalt dat besef het vooralsnog niet van hebzucht.’

Hij nipt van zijn koffie. ‘Maar laten we niet te negatief zijn. Ze hebben hier toch maar mooi organische shakes en biosalades op de menukaart staan.’
 

De vlucht vooruit

Plotkin is te bevlogen om voor onheilsprofeet door te gaan. Liever kiest hij de vlucht vooruit. Omdat inheemse volkeren pas voor hun voortbestaan kunnen vechten wanneer ze leefgebieden hebben, bracht hij met zijn ngo Amazon Conservation Team (ACT) in onder andere Brazilië, Suriname en Colombia meer dan 32 miljoen hectaren oerbossen in kaart. Dat doet hij niet voor, maar samen met de lokale gemeenschappen. Zij geven de richting aan. ACT zorgt ervoor dat ze de juiste instrumenten krijgen, zoals GPS-systemen, en leert hen daar verantwoord mee om te gaan.

Marrons in de Surinaamse Amazone leren hoe ze met gps-systemen hun gebied in kaart kunnen brengen.

Dat is niet alleen logistiek uitdagend, maar ook gevaarlijk werk. In het Amazonewoud valt met mijnbouw, boskap en grootschalige landbouw veel geld te verdienen. Dat de strijd voor inheemse rechten en natuurbehoud rechtstreeks ingaat tegen de belangen van grootgrondbezitters, houthandelaars en landbouwbedrijven, laat zich voelen in de tientallen activisten de er elk jaar worden vermoord. 

Jair Bolsonaro. Foto © Isac Nóbrega/PR

Met het recente aantreden van de extreemrechtse Jair Bolsonaro als Braziliaans president, is het klimaat er vijandiger dan ooit. De ex-militair verklaarde de oorlog aan milieu- en mensenrechten-ngo’s en aan de inheemse bevolking, met de belofte geen vierkante meter land voor hen over te laten. ‘Je moet me beloven dat je niets gaat opschrijven dat mijn medewerkers het leven kan kosten’, benadrukt Plotkin meermaals. ‘Vergeet alstublieft niet dat het er levensgevaarlijk is nu. Er worden meer milieurechtenactivisten vermoord dan in eender welk ander land.’

Schorpioenengif om te genezen

Plotkin trok voor het eerst naar het Amazonewoud in 1977. ‘Van mijn mentor Richard Evans Schultes (de gerenommeerde Harvard-bioloog wordt beschouwd als de vader van de etnobotanie, red.) had ik geleerd dat het belangrijk was om ter plaatse inheemse plantenkennis te gaan verwerven. Maar ik merkte al snel dat er nooit genoeg etnobotanisten zouden zijn om al die informatie te verzamelen. En dat, hoe persistent en vriendelijk ik ook was, de indianen me nooit alles zouden leren wat ze hun eigen kinderen en kleinkinderen bijbrengen. Daardoor ben ik mezelf niet langer als een ontvanger van kennis, maar als een katalysator gaan zien. Iemand die hen faciliteert opdat ze zelf hun kennis kunnen doorgeven.’

Vanuit die gedachte schreef Plotkin in 1994 zijn populaire boek Tale of a Shaman’s Apprentice, waarin hij samen met sjamanen geneeskrachtige planten classificeerde. In zijn later werk Medicine Quest bracht Plotkin giffen van slangen en kikkers in kaart. 

In 2020 komt zijn nieuw boek The Amazon – What Everyone Needs to Know uit bij Oxford University Press. Daarin verschuift hij zijn focus naar spinnen en schorpioenen. Een tipje van de sluier: het gif van Braziliaanse kamspinnen, de harige monstertjes die weleens in de Antwerpse haven in een container met bananen opduiken, zou binnenkort miljoenen mensen van erectieproblemen kunnen afhelpen. Tests met een gel op basis van het spinnengif tonen even goede tot betere resultaten dan viagra. ‘Veel nieuwe geneesmiddelen zijn op giffen gebaseerd, in verlaagde dosering zijn ze vaak erg effectief. Dat besef is pas laat doorgedrongen in de farmaceutische wetenschap.’

Plotkin kijkt ook in eigen boezem. Etnobotanisten hebben te lang de verkeerde vragen gesteld. ‘Mijn collega Loren McIntyre leerde 35 jaar geleden de groene aapkikker kennen, bij het Matsés-volk op de Peruaans-Braziliaanse grens. De Matsés likten eraan omwille van het hallucinogene effect, maar het gif bleek ook sterk op de bloeddruk in te werken. Italiaanse scheikundigen gingen ermee aan de slag voor een medicijn tegen hoge bloeddruk. Ik vertelde dat aan een inheemse vriend in het Surinaamse Amazonewoud, 5000 kilometer verderop. ‘Oh, we hebben die kikker ook. En we hebben nog een ander hallucinogeen exemplaar’, zei hij. Ik geloofde hem eerst niet, maar we hebben die kikkers gevonden en kunnen classificeren. Ik werkte al dertig jaar in die gemeenschap, ze hadden me er nooit over verteld. Omdat ik er niet naar gevraagd had. Wij, etnobotanisten, zochten naar medicinale planten, niet naar giftige planten. Laat staan naar andere giffen. Terwijl die ons veel te leren hebben over de complexiteit van het menselijk lichaam, over hoe het zenuwstelsel werkt.’

Foto

Stanford-onderzoeker Richard Zare met de Mexicaanse schorpioensoort Diplocentrus Melici © Edson N. Carcamo-Noriega

Kort voor dit interview naar de drukker gaat, stuurt Plotkin een artikel door. Op 10 juni publiceerden Stanford-wetenschappers dat ze uit het gif van een Mexicaanse schorpioensoort componenten konden isoleren waarmee stafylokokken en tuberculose bestreden kunnen worden. Bovendien slaagden ze erin om het gif te synthetiseren. Dat is belangrijk, want het gif produceren met echte schorpioenen zou negen miljoen euro per liter kosten, wat het ontwikkelde geneesmiddel onbetaalbaar zou maken. Eerder kon dezelfde onderzoeksgroep al krachtige antibiotica, insecticiden en malariamedicijnen uit schorpioenengif halen.

Plotkin: ‘Veel medicijnen zijn geïnspireerd door de natuur, maar ondertussen in het labo gesynthetiseerd. Een populaire spierontspanner die gebruikt wordt bij buikchirurgie is gebaseerd op pijlgif dat inheemse volkeren in de westelijke Amazone maken van een liaan, maar niemand maakt nu nog chirurgische anesthesie met Amazoneplanten. Maar het toont wel aan waarom het zo belangrijk is om de biodiversiteit te beschermen. Je weet nooit waar het volgende levensreddende medicijn vandaan zal komen.’

Welke interessante ontwikkelingen ziet u nog meer op dit moment, naast schorpioenen en potentie-opwekkende kikkers?

Zonder twijfel het potentieel van hallucinogenen om mentale aandoeningen te behandelen. Wanneer Schultes het Westen in contact bracht met ayahuasca uit het Amazonewoud en paddo’s uit Oaxaca, waren veel mensen geïnteresseerd. Te veel mensen. Hallucinogenen werden populair in het hippiemilieu in Californië, het werd iets sensationeels. We hebben decennia verloren doordat ze gebruikt werden als speelgoed in plaats van als medicijn. Maar die beeldvorming is nu in sneltempo aan het veranderen, hallucinogenen maken hun entree in de mainstream westerse geneeskunde. Wetenschappelijke onderzoeken tonen dat ze efficiënt zijn bij de behandeling van stress, depressies, angsten en post-traumatisch stresssyndroom. Niet iederéén geneest erdoor, maar net zo goed komt niet iedereen gezond van de operatietafel. Het vorig jaar gepubliceerde boek ‘Verruim je geest’ van onderzoeksjournalist Michael Pollan, over het gebruik van psychedelica in therapieën, droeg sterk bij tot de mentale shift die momenteel in de VS aan de gang is. 
 

In het Peruaanse Amazonewoud is er al sinds 1992 het rehabilitatiecentrum Takiwasi, waar westerse dokters en psychologen samenwerken met ayahuascasjamanen om hardnekkige alcohol- en drugsverslaafden te laten afkicken. Is dat het model voor de toekomst?

Takiwasi is allicht het verst gevorderde centrum, maar ik zie steeds meer westerse artsen geïnteresseerd in die richting kijken. Het frustreert hen dat er geen afdoend geneesmiddel is tegen bijvoorbeeld depressie. Ze geven lithium, dat in sommige gevallen heel goed werkt, maar vaker helemaal niet. Hier krijgen ze een andere remedie aangereikt. Ze zouden gek zijn om het niet te overwegen. Als je naar de oorlog trekt, wil je geen pistool, maar acht verschillende wapens toch? In onze geïndustrialiseerde samenleving krijgen we bovendien steeds meer met die mentale kwalen te maken. 

"Stressgerelateerde aandoeningen zijn de belangrijkste doodsoorzaak voor mensen zoals jij en ik. Het is ironisch dat zogenaamd ‘primitieve’ mensen net voor die moderne problemen oplossingen hebben."

De ayahuascaliaan bevat DMT, maar maagenzymen zorgen ervoor dat die tripstof de hersenen niet kan bereiken. Het hallucinogene effect treedt op omdat sjamanen de liaan bereiden met een plant die MAO-remmers bevat en zo die bewuste enzymen blokkeert. Hoe weten sjamanen al eeuwenlang welke van die honderdduizenden planten ze moeten vermengen als ze geen inzicht hebben in biochemie?

Goeie vraag. (lacht) Ze hebben een diepe band met hun leefomgeving, en bouwen op duizenden jaren aan doorgegeven kennis. Jared Diamond, de auteur van Guns, Germs and Steel, werkte al enkele decennia in Nieuw-Guinea wanneer hij een aantal pas ontdekte vogelsoorten verzamelde. Hij telde er 27. ‘Nee, het zijn er 28. Die twee zijn verschillend’, zei zijn lokale gids. Diamond hield vol dat de twee identiek ogende vogels van dezelfde soort waren, maar de genetische analyse achteraf gaf de local gelijk. Waarschijnlijk wist die man dat de ene vruchten at en de andere wormen, of dat de ene net wat hoger in de bomen leefde. 

Net zo weten sjamanen al lang dat hun geneesmiddelen als plantaardige scalpels zijn, die je in staat stellen de geest te begrijpen, te behandelen en te genezen. Maar als een sjamaan dat beweert is het lulkoek en als een etnobotanist het schrijft is hij een oude hippie. Maar als iemand met ‘M.D.’ voor zijn naam het zegt, dan moet het wel waar zijn. Ik draai het liever om: als westerse dokters die niet getraind zijn in ayahuasca al positieve resultaten kunnen bekomen, beeld je dan eens in wat die ervaren sjamanen kunnen doen.

Allemaal naar de sjamaan in plaats van naar de psycholoog dan maar?

Natuurlijk niet. Ik krijg soms het verwijt dat ik sjamanen boven de westerse wetenschap plaats. Dat is onzin. Waar heb ik dat doctoraat dan voor? Als je in een autowrak zit, wil je geen kruidendokter. Maar veel ziekten reageren op eenvoudige behandelingen. Als je een schimmelinfectie op de huid hebt en je kan er een plant op wrijven in plaats van een crème met antibiotica, waarom niet? Nu creëren we resistente bacteriën omdat we elke dag nodeloos antibiotica slikken, in ons voedsel en ons drinkwater. We moeten medicijnen uit ons dagelijks dieet bannen, opdat ze werken wanneer we ze nodig hebben, toch? Bovendien heeft de westerse geneeskunde voor veel ziektes nog geen afdoende remedie gevonden. Dan is het verstandig om even over het muurtje te gaan kijken.

In de medische praktijk van de toekomst werken een huisarts, hypnotherapeut, acupuncturist, kruidendokter en ayurvedische arts aan elkaars zijde, omdat je met slaapproblemen nu eenmaal beter naar een acupuncturist gaat dan valium slikt. Al die verschillende waardevolle tradities zouden tot bloei moeten kunnen komen. Je zult nooit één arts hebben die alle specialismen kent. Inheemse helers hebben dan ook geen betere kennis, maar andere kennis. Maar het is wel hùn kennis die razendsnel aan het verdwijnen is, omdat we hun culturen vernietigen.

Hoe overtuig je mensen dat die inheemse culturen behouden moeten blijven?

Het hangt er vanaf wie je toehoorders zijn. Ik ben een overtuigd believer in eigenbelang. Mensen zijn egoïstisch, ze willen weten wat er voor hen te rapen valt. Als je tegen een ouder met een ziek kind zegt dat het eerste medicijn tegen sommige vormen van kinderleukemie van de Roze maagdenpalm uit Madagaskar komt, dan heb je die snel overtuigd. Net zo wanneer je onze grijzende beleidsmakers uitlegt dat de bètablokkers die ze slikken geïnspireerd zijn op psilocybine, de actieve stof in paddo’s die de Mexicaanse inheemsen ontdekten. Bètablokkers zijn nu een miljardenindustrie.

Het probleem is dat wetenschappers hun zaak nooit goed bepleit hebben. Iedereen weet toch dat ACE-remmers van slangengif komen?, denken zij. Nee, dat weten ze niet! Ik kwam nog geen enkele dokter tegen die dat wist. Als je enkel in wetenschappelijke tijdschriften publiceert die door zeven mensen gelezen worden, moet je niet gaan klagen dat mensen wetenschap niet waarderen. Ze weten simpelweg niet wat natuur en wetenschap hen opleveren.

Andere mensen zal je dan weer overtuigen met het argument: laten we de inheemsen niet vermoorden, want dat is een mensenrechtenschending. En wanneer je de legalisering van ayahuasca moet bepleiten bij het Amerikaanse Hooggerechtshof, dan scherm je met godsdienstvrijheid. Ik was erbij. ‘We kunnen een religieus sacrament niet illegaal maken, next case’, zeiden de conservatieve rechters.

De meeste mensen zijn natuurlijk mee wanneer ze hun bankrekening kunnen spekken. Ken je John Boehner? Hij is een bekende Republikein en een enorme asshole, daar mag je me op quoten. Hij zat tot 2015 in het Congres en is aartsconservatief. Weet je wat hij nu doet? Hij runt een marihuanabedrijf. In Washington moeten ze die primitieve, domme mensen en hun planten niet, tot er geld te verdienen valt. Dan worden ze plots hippies op hun oude dag, die lopen te verkondigen hoe geweldig marihuana is.’

Eigenbelang is uiteindelijk ook wat inheemse volkeren drijft. Ze argumenteren: het slaat nergens op om de rivier te vergiftigen waar je zelf van drinkt.

Wel, ik wilde dat ze met de man in het Witte Huis konden praten, hij begrijpt dat niet. 

Is langetermijndenken wat de inheemse van de westerling onderscheidt?

Onder andere. Een inheemse moestuin, waar ook ter wereld, staat vol verschillende soorten planten en bomen. Op een plantage in Iowa vind je één soort mais, dat is het. We willen dé superaardappelvariëteit die het meeste opbrengt, met het laagste pesticidengebruik. Van alle andere willen we af. Dat is een vergissing. Je wilt soorten behouden die zoutbestendig zijn, die ongediertebestendig zijn, die flexibel met klimaatverandering kunnen omgaan. Inheemse boeren beseffen dat, omdat ze dichtbij de aarde staan. De eerste rapporten over klimaatverandering kwamen niet van de een of andere commissie in Europa, maar van de Kogi-indianen in Colombia, die dertig jaar geleden zeiden dat hun gletsjers aan het smelten waren. We hadden toen moeten luisteren.

Kogi in de Sierra Nevada de Santa Marta in Colombia

Kogi in de Sierra Nevada de Santa Marta in Colombia

We moeten hun kennis niet idealiseren, het is niet zo dat de Kogi of de Pygmeeën alles weten en wij niets, maar de beleidsmakers in Brussel en Washington negeren stelselmatig alle kennis die niet met een doctoraatstitel wordt geschraagd. We moeten ook luisteren wanneer een indiaan of een boer in België zegt dat de regen niet meer komt.

Wat kunnen we vanuit een klimaatperspectief precies leren van inheemse volkeren?

Diezelfde Kogi-indianen gaan met de natuurgrillen om door hun gewassen hoger en lager op de bergflank te verplaatsen. Dat is klimaatbestendigheid. 

Ik ben opgegroeid in Louisiana, dat deels onder de zeespiegel ligt. Ik maak mij dus grote zorgen over klimaatverandering. Maar ook elders in de VS en Europa mogen ze zich zorgen beginnen maken. We kunnen ons verwachten aan de terugkeer van ziektes zoals malaria, aan steeds meer migratie vanuit arme landen, die nog meer dan wij de prijs betalen. Wie gelooft dat hij zich kan terugtrekken in Fort Amerika of Fort Benelux, die dwaalt. Het is in ieders eigenbelang om bij de les te blijven en te beseffen dat alles onderling met elkaar verbonden is. Zo zorgt ontbossing voor veranderende weerpatronen tot ver buiten het ontboste gebied. De massale boskap in de zuidoostelijke Amazone heeft de extreme droogtes in Sao Paulo van de afgelopen jaren veel erger gemaakt, het zou zelfs de enige oorzaak kunnen zijn. Inheemsen beseffen dat ze het woud moeten beschermen, omdat dat het water genereert waarvan ze afhankelijk zijn. De praktijk toont dat zij er wel in slagen om heel kwetsbare ecosystemen goed te bewaren, omdat verantwoord beheer en duurzaamheid diep ingebed zitten in hun cultuur.

Goed, maar kan je met die ecologisch verantwoorde moestuinen de wereld voeden? Heb je daar geen grote soja- en maisplantages voor nodig?

Dat is een vals dilemma. Vooreerst kom je niet meer weg met het verhaal dat inheemsen mee moeten doen met de geïndustrialiseerde wereld om te ontwikkelen. Dat, als ze hun bos maar laten neerkappen, ze nog lang en gelukkig zullen leven. Ik was net nog in een streek met enorme soja-monoculturen, ik zag er geen enkele inheemse tewerkgesteld. Er waren überhaupt weinig mensen aan het werk, alles is geautomatiseerd. De mensen daar, inheems of niet, hebben in de eerste plaats die grond nodig om zichzelf te voeden. Bovendien is het weinig overtuigend dat wij honger gaan lijden als inheemsen hun land niet willen opgeven. We hebben geen megalandbouw nodig om de wereld te voeden. Het zijn de grootgrondbezitters zelf die megalandbouw nodig hebben om zich vet te mesten. (lacht) Hoe ga je trouwens al die mensen voeden wanneer de regenpatronen veranderen omdat het Amazonewoud massaal wordt weggekapt? Nu al zie je in de hele wereld de landbouw verstoord door klimaatverandering. Zeggen dat we meer woud moeten kappen voor onze voedselvoorziening is al te simplistisch. 

Kogi in de Sierra Nevada de Santa Marta in Colombia

Is het ook niet te simplistisch om inheemse volkeren naar voren te schuiven als lichtend voorbeeld dat de wereld zal redden? Zodra ze in contact komen met de materialistische wereld, laten ook zij zich vaak makkelijk verleiden tot de lusten ervan.

We moeten hen niet allemaal over één kam scheren als nobele wilden, dat klopt. Zij zijn goed en wij blanken slecht, zo simpel is het niet. Mensen houden nu eenmaal van Chinese brol, daar zijn inheemsen niet anders in. In een van de dorpen waar ik al dertig jaar werk, heeft iedereen nu mobiele telefoons. Dan ga ik met de sjamaan naar de jungle om bessen te zoeken, en krijgt hij daar telefoon van iemand die ze gevonden heeft. Tien minuten later belt zijn vrouw nog eens: ‘Vergeet de bessen niet hé!’ Tja, dat is net zoals thuis, denk ik dan.

Technologie is een tweesnijdend zwaard. Het kan zowel heel nuttig als dodelijk zijn. Mensen krijgen een mobiele telefoon en plots hebben ze geld voor belwaarde nodig. Als goudmijnen en prostitutie dan de enige manieren zijn om geld te verdienen, dan komen ze daarin terecht. Er is een mooie cartoon die een groep antropologen afbeeldt die aankomen in een inheems dorp. Ze hebben een mand vol smartphones en tablets bij. ‘Hier is technologie. Volgende maand komen we terug met antidepressiva’, zeggen ze. (lacht)

"Met Amazon Conservation Team zijn we erin geslaagd om gemeenschappen technologie te geven die hun eigen cultuur niet ondermijnt, maar waarmee ze die net kunnen uitdragen."

Het probleem zit ‘m in hoe technologie geïntroduceerd wordt. Als dat gebeurt door missionarissen of ambtenaren die zeggen: ‘doe een broek aan, en hier zijn wat westerse speeltjes’, dan denken inheemsen: ‘Mijn cultuur is achterlijk. Irrelevant in de eenentwintigste eeuw.’ Dan gaan ze naar de stad, waar ze verkommeren in sloppenwijken. Met Amazon Conservation Team zijn we erin geslaagd om gemeenschappen technologie te geven die hun eigen cultuur niet ondermijnt, maar waarmee ze die net kunnen uitdragen. Ze gebruiken een gps om hun gebied in kaart te brengen, en het internet om te communiceren met de buitenwereld op hun eigen voorwaarden. Maar dat is een moeilijk leerproces waar zij mee worstelen, net zoals wij. Hoe maak je technologie tot jouw slaaf, en niet andersom?

Dit interview verscheen in aangepaste versie eerder in Knack

Word lid

Kwaliteitsvolle journalistiek is meer dan ooit broodnodig, maar kost ook veel geld. Lid worden kan op onze Patreon-pagina vanaf 1 euro per maand en duurt minder dan een minuut. Maak mee het verschil.

Word lid