Duurzaamheid noemt hij rommelen in de marge. Thomas Rau, een van Europa's meest vernieuwende architecten en een voortrekker in de circulaire economie, pleit voor een mexit, een mentale exit. En hij vond 215 miljard euro om elk Nederlands huis energieneutraal te maken. 

Jan De Deken

Tekst Jan De Deken
24 oktober 2019

Hebt u thuis lampen nodig? Of alleen maar licht? Moet u een wasmachine kopen, of is het al lang goed als uw was gedaan wordt zonder dat u daarvoor de deur uit moet? En nu we het er toch over hebben, waarom moet u eigenlijk de grond onder uw huis bezitten? Hebt u trouwens wel recht op die grond?

Foto

Rau – grijze coupe, Duits accent dat zijn afkomst en een blik die doortastendheid verraadt – is een dwarsdenker. Uit overtuiging, maar net zo goed als liefhebber van het genre. (Foto © Sebastiaan ter Burg)

Als het van Thomas Rau afhangt, bezitten we binnenkort hooguit nog de kleren aan ons lijf. Of niet. Als we slim zijn, kopen we alleen een draagrecht. Dan lost de fabrikant het maar op wanneer die broek van zeventig euro net iets te snel verslijt. ‘Zo leggen we de verantwoordelijkheid waar die hoort: bij de producent. De verantwoordelijkheid om een hoogwaardig product af te leveren, om dat product te onderhouden als het stuk gaat, en om nadien alle componenten ervan te recycleren’, zegt Rau. ‘Het is absurd om die verantwoordelijkheid naar de burger door te schuiven.’

‘Duurzaamheid wordt een van de grootste problemen van deze eeuw. Ik denk dat u bij de probleemgroep hoort, en dat gaat u blijkbaar vanavond vieren’, stak Rau van wal wanneer hij in april een lezing gaf op de uitreiking van de ABN AMRO Duurzame 50, een lijst die hij vorig jaar zelf nog aanvoerde. Hij spaarde zijn publiek niet. ‘We moeten naar een nieuwe relatie tussen de mensheid en de aarde, tussen ons en wat ons zijn mogelijk maakt. Want deze relatie is ziek. We liggen op intensive care onder een zuurstoftentje, en er krijgt straks iemand een prijs die een duurzaam zuurstoftentje ontworpen heeft.’

Rau pleit ook zelf schuldig. Sinds hij in 1992 zijn bureau RAU Architecten opende in Amsterdam, rijfde hij talloze duurzaamheidsawards binnen, met dank aan de energieneutrale en energieproducerende gebouwen die hij ontwerpt. Met het hoofdkantoor van het World Wildlife Fund (WWF) in het Nederlandse Zeist bouwde hij het eerste CO2-neutrale gebouw van Europa. ‘Die focus was een vergissing. We proberen een fout economisch model te optimaliseren. Het duurzaamheidsdenken weerhoudt ons ervan om het hele systeem in vraag te stellen, en resoluut voor circulariteit te kiezen.’

In de circulaire economie worden grondstoffen niet uitgeput, maar blijvend ingezet. Afval is waanzin, zegt Rau. ‘We spelen constant limited editions kwijt die nooit meer terugkomen.’

In zijn in 2016 verschenen boek Material Matters schetst de architect het alternatief voor wat hij onze roofbouwmaatschappij noemt: een nieuw economisch model waarin materialen rechten hebben, en waarin wij niet langer eigenaar, maar tijdelijk gebruiker zijn.

‘Alles is tijdelijk, alleen de gevolgen zijn permanent’, herlees ik op de boekflap terwijl ik op Rau wacht in een van de vergaderruimtes van zijn wijds openlandschapskantoor, in een vroegere autogarage in Amsterdam-Noord.

‘Sorry voor het wachten!’ komt Rau binnengestoven. ‘Je hebt vast ongelofelijk intelligente vragen, dus die tijd hebben we snel teruggewonnen.’

U staat erom bekend uzelf steeds opnieuw heruit te vinden. Zegt u het maar, what’s new? Wat heb ik nog nergens gelezen?

(lacht) Welke editie heb je? Het boek wordt steeds geactualiseerd. (Neemt het exemplaar van tafel.) Achtste druk, januari 2019. Dan is het laatste nieuwe de bodemwende.

Laten we daarmee beginnen.

Kijk, de allergrootste visie die je kunt hebben, is de realiteit. We moeten mensen geen dromen verkopen, maar hen net uit hun dromen halen. De realiteit is dat de aarde een gesloten systeem is. We hebben er maar één, en alles op aarde is gelimiteerd. Ook de grond. Voor mij is grond een publiek goed, niet iets dat je kan bezitten of verkopen. De publieke macht kan grond voor een tijdje ter beschikking stellen voor privédoeleinden, maar wanneer je er klaar mee bent, moet je die teruggeven. 

Nu zitten we tegelijk in een realiteit waarin veel grond al verkocht is, en waarin we met de klimaatverandering een groot collectief probleem hebben veroorzaakt. Dat vraagt een collectief instrument om het te corrigeren. In de praktijk, daarentegen, zien we dat de minister-president een akkoord tekent in Parijs, maar de verantwoordelijkheid doorschuift naar de burgers, die maar met hun spaargeld zonnepanelen moeten kopen. Dat is fout. We moeten het morele gedrag van de burger niet van hemzelf vragen, maar collectief organiseren. Net zoals we dat met de verkeersregels doen. 

Maakt u het eens concreet.

Onze huizen energieneutraal maken is technisch geen uitdaging. Wel is er een financieringsprobleem. In Nederland is daar 215 miljard euro voor nodig. Zo’n bedrag krijg je niet zomaar van de bank. Daarom koppelen we met de bodemwende – genoemd naar de Duitse energiewende – de burger rechtstreeks aan de kapitaalmarkt, in de eerste plaats pensioenfondsen. Jij verkoopt de blote eigendom van je grond aan bodemwende. Met het bedrag dat je daarvoor krijgt, kan je de nodige investeringen doen om je huis energieneutraal te maken. Het pensioenfonds dat in bodemwende investeert, krijgt in ruil een jaarlijkse rente van één procent. Met het geld dat je uitspaart doordat je geen energierekening meer hebt, kan je na acht à tien jaar het blote eigendom terugkopen.

Hoe ver staan die plannen?

Het fonds is opgericht. We zijn nu met acht gemeenten een pilootproject aan het uitrollen. In de Tweede Kamer klonk het dat we het met alle 400 gemeenten moeten doen. BNG Bank zorgt voor de eerste 500 miljoen euro. Voor de rest stappen we naar pensioenfondsen, die handelen in veel grotere bedragen. 

Zijn mensen hiertoe bereid? Je moet toch over een mentale drempel heen om je grond te verkopen aan een pensioenfonds.

Je behoudt het gebruiksrecht, je verkoopt alleen de blote eigendom. Dat stelt niets voor, het is een puur juridische constructie.

Enkele jaren geleden beschouwde u het energievraagstuk als opgelost. Ondertussen zien we maar weinig energieproducerende woningen. Wel zien we stijgende energiefacturen, en politieke partijen die heel circulair kibbelen over kerncentrales die al dan niet open moeten blijven. Is ook daar de energietransitie louter een financieringsprobleem, of is het ingewikkelder dan dat?

Het is een politieke keuze. In Zwitserland krijg je geen bouwvergunning meer als je niet energieneutraal bouwt. Het probleem is dat wij wel staat en kerk, maar niet staat en lobby van elkaar gescheiden hebben. Er valt meer te verdienen met woningen die energie verbruiken dan met woningen die energie leveren. De overheid is een onderheid geworden, ze heeft zich de rol van ondernemer toegeëigend. Maar de overheid moet doen wat nodig is, ondernemers wat mogelijk is. Zij moeten welvaart creëren, de taak van de overheid is om die welvaart te borgen. Maar de overheid wil geld verdienen. Nederland heeft in de vorige eeuw slechts zeven jaar nodig gehad om van kolen naar gas over te schakelen. Maar van gas naar gasloos gaan, zou zogezegd een onmogelijke opdracht zijn. Het probleem is dat de overheid met de gasvoorraden in Groningen miljarden verdiend heeft, maar dat ze voor de gasloze samenleving nog geen verdienmodel heeft gevonden. 

Dus moeten ondernemers en architecten de vlucht vooruit nemen?

Als de overheid onderheid wordt, dan gaan de ondernemers het overnemen. De overheid huppelt nu wat hulpeloos achter hen aan, ze heeft het stuur niet meer in handen om de maatschappelijke behoeftes te faciliteren. Dat is jammer. Hoe sterker de overheid, hoe meer vaart we zouden kunnen maken. 

Uitgelachen

Rau wachtte niet op de staat om zijn eigen kleine revolutie te voeren. Wanneer een topman van Philips met dozen lampen voor de deur stond voor een nieuw gebouw dat Rau ontwierp, stuurde de architect de man wandelen om zijn huiswerk opnieuw te maken. Rau wilde geen lampen kopen, maar licht. ‘300 lux graag, en ze moeten 2000 uur per jaar branden.’ Hoe dat licht daar kwam, moest Philips zelf maar uitzoeken. Als een lamp stuk ging, was het aan hen om die te vervangen. Bovendien zou niet Rau, maar Philips de energiefactuur betalen. 

Enkele weken later stond de topman opnieuw voor de deur, ditmaal met een radicaal ander lichtplan: minder lampen, die langer meegingen, én die minder energie verbruikten. De energierekening daalde met de helft.

Rau wist dat hij goud in handen had, voor een economisch model dat veel verder reikte dan de architectuur. Samen met zijn vrouw Sabine Oberhuber richtte hij Turntoo op, een bureau dat dit circulaire dienstenmodel ingang moest doen vinden in alle geledingen van het dagelijkse leven. Rau wil de wereld veranderen, voor minder doet hij het niet. En hij begint bij zichzelf. De architect koopt geen tapijt meer, maar loopuren. Geen auto, maar kilometers op de weg. In samenwerking met een sociale huisvestingsmaatschappij en Bosch zette hij wasmachines in elke woning, die eigendom bleven van de fabrikant. De huurders betalen een vast bedrag per wasbeurt, wat hen goedkoper uitkomt dan het toestel aankopen en elektriciteit betalen. De fabrikant levert uit eigenbelang zijn meest duurzame en energiezuinige toestellen.

Voor Philips werd de verkoop van diensten in plaats van producten een belangrijk nieuw verdienmodel. In 2020 moet vijftien procent van de omzet uit circulaire toepassingen komen. Dat past in een bredere langetermijnstrategie, waarbij Philips resoluut de duurzaamheidskaart trekt. De multinational met 74.000 werknemers zal volgend jaar CO2-neutraal zijn. 

‘Zeven jaar geleden werden we uitgelachen, nu is het een businessmodel dat ernstig genomen wordt. Omdat het financieel buitengewoon interessant is, zowel voor de fabrikant als voor de consument. Die kan zich plots een Porsche of een Volvo, een Miele-wasmachine of tuinmachines van Husqvarna veroorloven. Het is niet toevallig dat net die kwalitatief hoogstaande producten als eerste op de dienstenmarkt komen. Ze zijn gemaakt om lang mee te gaan."

In tegenstelling tot de meeste producten. ‘Nieuw = nog net niet stuk’, schrijft u in uw boek. We weten al langer dat elektronica doelbewust met een beperkte levensduur gemaakt worden. Hoe komt het dat mensen daar niet harder tegen in opstand komen?

Op ieder pakje sigaretten staat ‘roken is dodelijk’ met de meest afschuwelijke foto’s, maar hoeveel mensen roken? Mensen informeren blijkt onvoldoende te zijn voor gedragsverandering. Die moet voortkomen uit inzicht. Kijk naar het gebrek aan klimaatactie, dat spiegelt het gebrek aan inzicht van de mens in alles wat ons zijn mogelijk maakt. We moeten dan ook niet focussen op klimaatverandering, maar op een mentale verandering. Ik noem het een Mexit, een mentale exit. De economie is een weerspiegeling van ons bewustzijn, en het daarin besloten wereldbeeld. Daarom hebben we eerst een nieuwe copernicaanse revolutie nodig, waarin we onszelf niet langer als heersers van de wereld zien, maar slechts ons tijdelijk gast-zijn op aarde gaan faciliteren. Als je de realiteit van onze eindige planeet onder ogen ziet, is het onbegrijpelijk wat wij aan het doen zijn. 

U zet grondstoffen centraal in uw discours, wij zijn slechts passanten. Speelt u daar niet veel toehoorders kwijt? Misschien krijgt u meer mensen aan boord als u hun eigenbelang benadrukt.

Nou, nee, het is altijd het businessmodel van de Kerk geweest om een antropocentrisch wereldbeeld te cultiveren: ‘jullie zijn het belangrijkste van de schepping.’ Dat moet rechtgezet worden. Wij zijn hier slechts bij gratie van de lucht en de rivieren. Zonder kunnen we niet bestaan. Het besef moet weer doordringen dat wij niet boven alles staan, maar een onderdeel van alles zijn. 

Is dat de gedachte achter de Universele Verklaring voor de Rechten van Materialen, die u in september voorlegde bij de Verenigde Naties?

Als mensen rechten hebben, en ons bestaan is afhankelijk van alles om ons heen, dan moet alles toch rechten hebben? Mensenrechten houden in dat we moreel gedrag afdwingen. ‘Is het nu wel een verkrachting of niet?’ We laten dat niet aan iemands persoonlijke inschatting over. We zeggen gewoon: not done. Ook over de omgang met materialen kunnen we afspreken welk gedrag moreel aanvaardbaar is. Net zoals we de doodstraf moeten afschaffen, moeten we ook de doodstraf voor materialen afschaffen. Alles heeft waarde, en daarom moet elk materiaal beschikbaar blijven. Afval is in die optiek niets anders dan een grondstof die nog geen identiteit gekregen heeft.

‘Artikel 20-2. Geen natuurlijk materiaal mag uit mijnbouw gewonnen worden zolang het elders voorradig is.’ Hoe krijg je dat georganiseerd? 

Elk gebouw moet een materialenpaspoort krijgen, waarin exact wordt aangegeven welke grondstoffen erin verwerkt zijn, en hoe ze nadien hergebruikt kunnen worden. Om al die materialenpaspoorten te archiveren hebben we Madaster in het leven geroepen, een kadaster voor materialen. Daarmee zijn we al in tien landen actief. In Nederland brengen we nu samen met bedrijven de waarde van de grondstoffen in hun gebouwen in kaart, om de financiële baten inzichtelijk te maken.

Voor het nieuwe hoofdkantoor van Triodos Bank, dat u deze zomer oplevert en dat volledig remontabel zal zijn, houdt u permanent de waarde van de gebruikte materialen bij. Hoe is die waarde geëvolueerd?

Die blijft alleen maar stijgen natuurlijk, omdat grondstoffen steeds schaarser worden. Gemiddeld is de aanschafwaarde 16 tot 18 procent van de huidige materiaalwaarde.

Het vraagt wel hoge startinvesteringskosten. Voor een dergelijk prestigeproject is dat misschien geen onoverkomelijke horde, maar is het algemeen toepasbaar? Waar moet het geld vandaan komen?

Je hoeft niet iets te zoeken wat er in overvloed is, er is geld zat in de vastgoedsector. Wat trouwens aantoont dat vastgoed veel te duur is. Vastgoed zou een basisbehoefte moeten bedienen, namelijk de biografische ontwikkeling van mensen ruimtelijk faciliteren. Helaas is vastgoed geen dienst aan de mens, maar een product. Maar om op je vraag te antwoorden: ook de banken zullen zichzelf moeten heruitvinden. Het is niet meer van deze tijd om geld te verdienen zonder meerwaarde te creëren. Dan verliezen banken hun recht van bestaan. Dat weten ze zelf ook, de sector zit in een identiteitscrisis. Als ze zich niet aanpassen, worden ze de Free Record Shops van vroeger. Dus zijn ze naarstig op zoek naar een nieuwe identiteit.

Gelooft u dat binnen tien of twintig jaar elk gebouw een materialenpaspoort zal hebben?

Dat kan. Als we ons ervan bewust zijn dat iets gelimiteerd is, dan zullen we het zorgvuldig gaan bewaren. 

We weten toch al decennialang dat natuurlijke hulpbronnen gelimiteerd zijn?

Maar er komt iedere keer weer meer olie bij. Er worden telkens meer gelimiteerde dingen gevonden. 

Nu al klinkt het dat niet iedereen een elektrische wagen zal kunnen hebben. De nodige grondstoffen zijn niet voldoende voorradig.

Ik mag het hopen. De elektrische auto is een van onze grootste problemen. Ik zou iedereen afraden om ermee te rijden. Het is slecht voor de volksgezondheid.

Hoezo?

Een elektrische auto heeft een elektrische wisselmotor. Die bouwt een elektrisch veld op, en die veroorzaakt elektrosmog. In een gemiddelde elektrische auto ligt die, ik heb het zelf gemeten, tussen de 50.000 en 60.000 nanotesla. Ja, dat wordt in tesla gemeten. (lacht) Ter vergelijking: achter een beeldscherm mag van de Wereldgezondheidsorganisatie maximaal 200 nanotesla schuilgaan. Ik heb een Tesla gehad, een van de eersten. Ik ben doodziek geworden, nooit meer ga ik in die auto zitten. Er zijn rapporten die zeggen dat gedurende langere tijd blootgesteld zijn aan meer dan 20.000 nanotesla kankerverwekkend is. Dat is wat we dus gaan doen: iedereen in zo’n kankerbolide zetten. Ik denk dat dat geen goed idee is.

Als ik dat zo opteken, mag ik allicht een telefoontje van Tesla verwachten.

Ik heb heel uitgebreide correspondentie met Tesla hierover, kan ik je vertellen. Zij hebben het ook gemeten, het is nu eenmaal eigen aan die elektrische motor. Als je gas geeft, verander je de frequentie van de motor en daardoor ontstaat het veld. Je zou alle leidingen moeten inpakken in een soort Kooi van Faraday. Dat kost per auto tussen de 8000 en 10000 dollar. Het valt dus technisch op te lossen. Net zoals het technisch mogelijk is om auto’s geen CO2 te laten uitstoten, maar de auto-industrie gaat allerlei trucjes bedenken om het niet te doen.

Wat is het betere alternatief? 

Daar heb ik eerlijk gezegd geen antwoord op. We hebben er veel te weinig onderzoek naar gedaan, en de foute pistes gefinancierd. Daarom moeten we naar radicaal andere zakenmodellen. De elektronica die als dienstencontract aan de man gebracht worden, zijn 32 procent energiezuiniger, omdat de producent zelf voor de verbruikte elektriciteit moet opdraaien. Daar zit dus een enorm energiebesparingspotentieel.

Uw oplossingen zijn sterk top down georganiseerd: grote bedrijven nemen het voortouw, overheden dwingen met wetgeving moreel gedrag af. Wat kunnen burgers van onderuit doen?

Heel veel! Telkens opnieuw aan bedrijven vragen: waarom heb je geen servicemodel? Op straat komen. Verstandige keuzes maken in het stemhokje. We hebben als burgers allerlei instrumenten, maar we gedragen ons niet als burgers. We zijn een consumentenmaatschappij geworden, zonder oog te hebben voor wat we nalaten. Zolang we het minst investeren in het meest waardevolle dat we hebben, onze kinderen, moeten we ons goed afvragen of deze samenleving überhaupt het recht heeft om te overleven.

De kunst is om een probleem zodanig groot te maken dat het een oplossing wordt. In Duitsland zie je de kentering. De groenen zijn er voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij in de peilingen. Nu breekt de pleuris uit, en worden de gevestigde machten wakker geschud.

Ook op de markt lijkt er een momentum te zijn. Het is nu al kostenefficiënter om elektronische componenten te winnen uit elektronisch afval, het zogenaamde urban mining, dan uit mijnen. Future has arrived?

Ja, en dat was al veel eerder gebeurd als we grondstoffen in plaats van arbeid zouden belasten. We moeten het eindige belasten, niet het oneindige. Arbeid is er genoeg, na ons komen er vast nog enkele miljarden mensen. Maar als het koper op is, dan stopt het daar. Kinderarbeid in ontwikkelingslanden is nog een consequentie van onze foute keuze om arbeid te belasten.

Ontwikkelingslanden komen steeds meer in opstand tegen de rol die zij spelen in de lineaire economie. Onder andere Maleisië, de Filipijnen en China sturen het afval terug dat spotgoedkoop van Europa naar die landen wordt verscheept. Ze weigeren nog langer de vuilnisbak van de wereld te zijn. 

Heel goed, terugsturen die handel. Het is een schande hoe industrielanden afvallanden creëren door hun rotzooi er te gaan dumpen. Dat ontwikkelingslanden daar niet langer in willen meestappen, creëert opportuniteiten voor ons om dat afval duurzaam te verwerken. Helaas heeft Turkije nu veel plastic opgevangen dat we tot voor kort naar China stuurden. 

Tot slot, wie zou u mij nog meer aanraden om te interviewen over de circulaire economie?

De paus.

Ik zal het proberen. 

Hij heeft met Laudato Si’ een fantastische encycliek geschreven over de aarde en het milieu. Eigenlijk zegt hij: we hebben tweeduizend jaar op de morele as geprobeerd om de tent een beetje op te ruimen, dat is niet gelukt. Ondertussen hebben de banken zich gerealiseerd dat ze er uitsluitend op de financiële as ook niet komen. In de nieuwe businessmodellen moeten de morele en de financiële as elkaar kruisen. Dat is ook wat er zal gebeuren.

U werkt samen met het Vaticaan aan een project, kan u daar al iets over kwijt?

Ze hadden me uitgenodigd om mijn visie te komen toelichten. Hun reactie was: als we de materialendatabank in de praktijk brengen, dan hebben we geen ontwikkelingslanden meer. Want als zij de beheerders van de materialenbibliotheken worden, dan hebben ze een constante inkomstenstroom.

Waarom gaan ontwikkelingslanden de bibliothecarissen worden?

Omdat daar de materialen gevonden worden. Nu gaat China hele bergen opkopen in Afrika om aan grondstoffen te komen. Ik vind dat je geen eigenaar kunt worden van grondstoffen, je kan hun gebruik alleen faciliteren. En die opdracht behoort toe aan de landen waar de materialen vandaan komen.

Een interessante piste, maar in de praktijk zullen het toch de multinationals die het eerst op de kar van de circulaire economie springen zijn die de databanken gaan beheren?

Dat is een groot gevaar. Maar het kan anders. In Alaska hebben ze het Alaska Permanent Fund, dat jaarlijks een bedrag uitkeert aan alle bewoners, vanuit het principe dat zij moeten profiteren van de winsten uit de winning van olie en gas. Net omwille van dat risico moeten we eigendom gaan personifiëren: materialen voorstellen alsof ze personen zijn, en hen rechten geven. Anders wordt het alweer gekraakt door het huidige economische model. 

Word lid

Kwaliteitsvolle journalistiek is meer dan ooit broodnodig, maar kost ook veel geld. Lid worden kan op onze Patreon-pagina vanaf 1 euro per maand en duurt minder dan een minuut. Maak mee het verschil.

Word lid